Over de schrijver

Mijn foto
is columnist bij Vitesse Inside. De artikelen van dit blog verschijnen ook daar. Contact: plusvite1892@gmail.com Facebook: www.facebook.com/plus.vite.39
Posts tonen met het label theo janssen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label theo janssen. Alle posts tonen

donderdag 8 november 2012

Respect


Hypocriet. Zo noemde Johan Derksen afgelopen maandag tijdens het RTL-programma Voetbal International het gedrag van Robin van Persie. Hij doelde daarbij op het juichen van de oud-Arsenal speler na zijn doelpunt tegen zijn oude club. In plaats van uitbundig feest te vieren, liet de oud-Feijenoorder slechts een verontschuldigend gebaar zien. Zijn lach sprak echter boekdelen, natuurlijk was hij blij. Hij toonde met het gebaar vooral respect voor zijn oude club en met name voor haar supporters, die hem acht jaar lang op handen hebben gedragen. 

Ook Luc Castaignos moest het om dezelfde reden ontgelden. Ook hij was ingetogen na zijn doelpunt tegen Feijenoord, de club waar hij is opgegroeid en waar hij de kans heeft gekregen zijn talenten in het eerste elftal te laten zien. De club ook die voor altijd in zijn hart zit. Waar zijn jeugdvrienden uit Schiedam een seizoenskaart hebben. Waar jeugdtrainers, materiaalmensen, kantinebeheerders de kleine Luc vroeger een aai over zijn bol gaven of een schop onder zijn kont. Een klap in het gezicht van de mensen in Twente, noemt Derksen zijn gedrag.

Voetbal staat niet bepaald bekend om zijn fijnzinnigheid. Veel te vaak komt de sport negatief in het nieuws door het gedrag van relschoppers, gefrustreerde herrietrappers en ander gespuis. Het is over het algemeen maar een kleine groep, maar zoals altijd gezegd wordt: ze verpesten het voor de rest. Bestuurders, trainers, maar vooral de acteurs op het veld kunnen een wezenlijke bijdrage leveren aan een positievere kijk op de sport. Je bestrijdt elkaar op het veld, niet erbuiten is daarbij het credo. Emoties horen erbij op het voetbalveld en op de tribune, maar ook respect voor elkaar, de tegenstander en de scheidsrechter. Dat woordje respect moet daarbij het kernwoord zijn. Dat geldt trouwens ook voor de wijze waarop journalisten hun werk doen. 
En respect hadden van Persie en Castaignos op dat moment van juichen. Respect vooral voor die mensen die jaren hun trouwste supporters waren, die hen verzorgd en vertroeteld hebben, voor wie ze meer waren dan een voorbijgaande werknemer. Echte supporters, van beide kanten, weten dat op waarde te schatten.

Respect had ook het Ajax-publiek voor onze verloren zoon. Een gemeend en dankbaar applaus was er zaterdag in de Arena te horen voor een jaar bewezen diensten. Een jaar waarin Theo altijd met respect naar die club uit Amsterdam-Oost heeft gehandeld en wel degelijk een belangrijk aandeel heeft gehad in het landskampioenschap. Supporters waarderen dat en laten dat merken. Ze lieten daarmee ook blijken dat ze begrijpen wat clubliefde is en dat ze Theo’s keus daardoor kunnen respecteren. Een mooi gebaar.
Zeker zo mooi was het gebaar een paar dagen daarvoor. De amateurs van Staphorst hadden tijdens het bekertoernooi alles gegeven en bedankten het meegereisde publiek. Misschien was het de entourage, misschien het applaus van de Zuid-tribune, maar de amateurs kwamen hand-in-hand een slinger vormend naar de TheoBos toegelopen om het Vitessepubliek te bedanken of zich toe te laten juichen door de fans van de tegenpartij. Die handschoen werd opgepakt en Zuid scandeerde onder luid geklap de naam van de club uit de kop van Overijssel. Een prachtig, spontaan en respectvol slot van een saaie pot.

Respect is een woord waar meneer Derksen zelf blijkbaar wat moeite mee heeft. In ieder geval als het de voetballerij betreft. Een beetje respect tonen wil zeggen dat je rekening houdt met elkaar. Dat je je probeert te verplaatsen in de gevoelens en gedachten van een ander. Het wil niet zeggen dat je daardoor geen kritiek meer zou mogen leveren. Het één sluit het ander niet uit. Natuurlijk mag je kritiek hebben. En natuurlijk mag je daarbij wel eens iemand te kakken zetten, zoals Jethro Willems met zijn mislukte ingooi. Maar als grote jongens iemand systematisch respectloos behandelen, op een kinderachtige manier belachelijk maken en beledigen tot op het bot, zoals de heren tijdens hun programma met name met Manolev doen, gaan ze veel te ver. Ik hoop dat Stanislav wat steviger in zijn schoenen staat dan Tim Ribberink, want waar dit soort pestgedrag toe kan leiden hebben we deze week nog kunnen lezen. Dat was pas een klap in het gezicht voor de mensen daar in Twente… en ver daar buiten.


donderdag 30 augustus 2012

Theetijd


Thee. Een kopje gewone thee. Of met een smaakje. Eigenlijk maakt dat niet veel uit, het is in ieder geval geen drankje dat in de voetbalwereld een belangrijke plaats inneemt. Vroeger was dat wel een beetje anders. Voor de introductie van de sportdrankjes werd in de pauze van elke voetbalwedstrijd thee geserveerd. Je elftalleider kwam dan de kleedkamer binnen met een zelfgemaakt dienblad met twaalf of vijftien gaten, waar feilloos de plastic bekertjes inpasten. Een slap, maar uiterst heet brouwsel moest je in die vijftien minuten naar binnen zien te werken. Het smaakte nergens naar, maar het scheen je vochttekort aan te vullen. En oh ja, geen suiker, dat was slecht voor je spieren. Zei men.

In die tijd, ik spreek nu over de zestiger en zeventiger jaren, was er nog een moment waarbij thee een belangrijke rol speelde. Als ik thuis kwam uit school en via de deur van de bijkeuken, die altijd openstond, ons huisje in de van Beuningenstraat in het Arnhemse Broek binnenkwam, stond die daar op de keukentafel, de theepot. Met een brandend waxinelichtje eronder. Mijn moeder zat daar rond die tijd vaak samen met de buurvrouw.
“Wil je een kopje thee? Hoe was het op school?”
Mijn moeder hoopte altijd dat ik even lekker vertelde wat er gebeurd was op school. Maar daar hield ik niet van. En ook niet van thee. Ik hield van voetballen , op het veldje achter het huis. En foetsie was ik.

Nu vele jaren later weet ik, dat dat kopje thee symbool staat voor warmte, gezelligheid, aandacht. Het huis was een veilige haven, de buurt zorgzaam: het Broek was een geweldige plek om op te groeien. En het gaf me iets mee wat heel belangrijk is in een mensenleven: liefde en trouw.

Ik kom er nooit meer, in het Broek. Iedereen uit de tijd dat ik er woonde is verhuisd of dood. Maar ik heb gemerkt dat de mensen die er wonen en woonden vaak datzelfde gevoel koesteren. Trouw aan en liefde voor je dierbaren. Geen geld of goed kan daarbij in de weg staan. En wat een genot is het dan om te zien dat een Arnhemse jongen, die ook wat wortels in die van Beuningenstraat heeft, dat uitdraagt in een wereld van geld en aanzien. Dat prachtige beeld van een voetballer in Ajaxshirt, die opzichtig zijn kousen heeft laten zakken om zijn mooie geel-zwarte scheenbeschermers te laten zien, vind ik ontroerend mooi. Hij wond er geen doekjes om, om te laten blijken dat zijn liefde en trouw maar aan één club gegeven kan worden.

Er zijn genoeg clubvoetballers. Jongens die mister Willem II genoemd worden of clubsymbool van Heerenveen zijn, maar ik ken geen topvoetballers, die zo nadrukkelijk hun liefde en trouw hebben geuit voor hun club als Theo dat steeds heeft gedaan. Die sportief en financieel een stap terug willen doen om weer thuis te komen. En niet om af te bouwen -hij kon nog stappen maken richting buitenland- nee, om te helpen opbouwen. Noem mij één voetballer van naam die hetzelfde heeft gedaan.
Met zijn terugkomst krijgt de club een heerlijke voetballer en een kleurrijk mens terug, maar belangrijker nog: weer een ziel. Supporters voelen dat, die zien de liefde voor hun club weerspiegeld in zijn meest vooraanstaande speler. En die speler voelt dat ook en zal die verantwoordelijkheid nemen. Vitesse mag misschien een handelshuis genoemd worden, het maakt mij niet uit. Maar liefde voor je club is niet te koop. En dat geeft me, net als thee(t) een warm gevoel.